Plastic is overal. In verpakkingen, kleding, cosmetica en zelfs in de lucht die we inademen. Wat minder zichtbaar is, maar steeds vaker in de belangstelling staat, zijn de microscopisch kleine deeltjes die ontstaan uit deze plastics: microplastics en nanoplastics. Ze worden inmiddels teruggevonden in water, grond, lucht, dieren én mensen. Maar wat zijn deze deeltjes precies? En wat doen ze in ons lichaam?
Robert W. Pol legt uit hoe microplastics zich gedragen in levende organismen, wat het verschil is met nanoplastics en plastic monomeren, en wat we inmiddels weten over de mogelijke gevolgen.
Wat zijn microplastics, nanoplastics en plastic monomeren?
De term ‘microplastics’ is inmiddels ingeburgerd, maar er zijn eigenlijk drie vormen van plasticdeeltjes die relevant zijn voor mens en milieu:
Microplastics
Microplastics zijn vaste, onoplosbare plasticdeeltjes met een grootte van 0,001 mm tot 5 mm. Ze ontstaan vooral door slijtage en afbraak van grotere plastic producten, zoals verpakkingen, synthetische kleding, autobanden en visnetten. In het milieu komen ze voor in bodem, water en lucht, maar ook in voedselketens. Door hun formaat zijn ze vaak zichtbaar met het blote oog, maar nog steeds klein genoeg om ongemerkt te worden verspreid.
Nanoplastics
Nanoplastics zijn nog kleiner dan microplastics, met een diameter van minder dan 0,001 mm. Ze ontstaan wanneer microplastics verder afbreken, maar kunnen ook bewust geproduceerd worden, bijvoorbeeld voor gebruik in cosmetica of industriële toepassingen. Hun extreem kleine formaat maakt dat ze celmembranen kunnen passeren, wat ze mogelijk schadelijker maakt. In de praktijk zijn ze moeilijk te detecteren, maar worden ze steeds vaker aangetroffen in omgevingen waar ook veel plasticvervuiling voorkomt.
Plastic monomeren
Plastic monomeren zijn de chemische basisbouwstenen van kunststof, zoals BPA (bisfenol A), ftalaten en styreen. In tegenstelling tot micro- en nanoplastics zijn dit losse, oplosbare moleculen die tijdens de productie of afbraak van plastic kunnen vrijkomen. Ze worden vaak toegepast als weekmakers of bindmiddelen in kunststoffen. Monomeren kunnen vrijkomen bij verhitting, slijtage of blootstelling aan zonlicht en staan bekend om hun hormonale effecten en mogelijke gezondheidsrisico’s.
Hoe komen deze stoffen in het lichaam terecht?
Mensen komen in contact met microplastics via voedsel, drinkwater, de lucht en soms via de huid. De deeltjes zijn aangetroffen in onder meer kraanwater, zeezout en binnenlucht. Microvezels uit kleding en stofdeeltjes uit verpakkingen dragen hieraan bij.
Microplastics worden meestal ingeslikt of ingeademd. Ze blijven vaak buiten de cellen en hopen zich op in weefsels, of worden opgenomen door immuuncellen zoals macrofagen.
Nanoplastics kunnen via het spijsverteringskanaal, de longen of de bloedbaan het lichaam binnendringen. Hun kleine formaat maakt het mogelijk om celmembranen te passeren en zich dieper in het lichaam te verspreiden.
Plastic monomeren worden opgenomen via voedsel, drinken of de lucht en verspreiden zich via het bloed. Omdat ze uit losse moleculen bestaan, kunnen ze rechtstreeks door celmembranen doordringen.
De precieze gevolgen van deze opname worden nog onderzocht.
Wat zijn de mogelijke gezondheidseffecten?
Hoewel onderzoek nog in volle gang is, geven de eerste bevindingen reden tot zorg.
Microplastics veroorzaken vooral fysieke schade. Ze kunnen lokale irritatie en ontsteking van weefsels veroorzaken, bijvoorbeeld in de darmwand of longen. Daarnaast kunnen ze schadelijke stoffen zoals zware metalen of weekmakers met zich meedragen, die in het lichaam kunnen vrijkomen. Omdat ze moeilijk worden afgebroken en lang in weefsels kunnen blijven, bestaat het risico op chronische immuunreacties.
Nanoplastics kunnen celmembranen passeren en zich ophopen in organen zoals de hersenen, lever en longen. Onderzoek toont aan dat ze oxidatieve stress kunnen veroorzaken, wat leidt tot celschade of verstoring van normale celprocessen zoals energieproductie en genexpressie. Dit kan op termijn leiden tot verstoringen in de werking van organen, hoewel hier nog veel vragen over openstaan.
Plastic monomeren zijn chemisch actief en vormen mogelijk de grootste directe gezondheidsrisico’s. Stoffen als BPA en ftalaten staan bekend als hormoonverstoorders en kunnen de werking van het endocriene systeem beïnvloeden. Bekende gevolgen zijn verminderde vruchtbaarheid, vervroegde puberteit, verhoogd risico op hormoongerelateerde kankers en verstoring van het metabolisme. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat sommige monomeren DNA-schade kunnen veroorzaken.
Kortom: hoe kleiner en reactiever het deeltje, hoe dieper het ons lichaam kan binnendringen en hoe groter het risico op biologische verstoring.
Waarom is dit belangrijk voor de textielsector?
Textielvezels van synthetische oorsprong, zoals polyester en polypropyleen, behoren tot de grootste structurele bronnen van microplastics in het milieu. Vooral in toepassingen zoals geotextiel binnen infrastructuur- en bouwprojecten komen bij slijtage microvezels en chemische additieven vrij die schade kunnen toebrengen aan bodem, water en levende organismen. Deze synthetische resten breken nauwelijks af en blijven langdurig aanwezig in het milieu, waardoor elke toepassing een potentiële bron wordt van microplasticemissie.
Het alternatief van Zwartz
Zwartz werkt sinds 1835 met natuurlijke vezels zoals jute, linnen en hennep. Deze materialen zijn biologisch afbreekbaar en laten geen microplastics of schadelijke chemische resten achter. Dat maakt ze bijzonder geschikt voor toepassingen in de geotextielsector, waar textielen worden ingezet voor erosiebescherming en bodemstabilisatie.
Juist in een tijd waarin de impact van microplastics steeds zichtbaarder wordt, is de keuze voor natuurlijk textiel meer dan een milieubewuste beslissing: het is een praktische oplossing voor sectoren die willen bijdragen aan duurzamere en schonere systemen, voor mens, natuur én toekomstige projecten.
Veelgestelde vragen over microplastics in het lichaam
Wat zijn de belangrijkste bronnen van microplastics?
Microplastics ontstaan vooral door slijtage en afbraak van synthetische materialen, zoals plastic verpakkingen, autobanden en textielvezels. Ook bij het wassen van synthetische doeken of het gebruik van plastic in de bouw kunnen microdeeltjes vrijkomen. Daarnaast worden microplastics bewust toegevoegd aan sommige cosmetica en schoonmaakmiddelen. Via afvalwater of luchtverspreiding komen ze vervolgens in het milieu terecht.
Worden microplastics opgenomen door het lichaam?
Ja. Microplastics worden opgenomen via voedsel, drinkwater, de lucht en soms via de huid. Ze blijven meestal buiten de cellen en worden opgeslagen in weefsels of afgevangen door immuuncellen. Nanoplastics zijn kleiner en kunnen celmembranen passeren, waardoor ze zich kunnen verspreiden naar organen zoals lever, longen en hersenen. Plastic monomeren zijn oplosbare moleculen die via het bloed in het lichaam circuleren en eenvoudig in cellen doordringen.
Zijn de gezondheidsrisico’s al bewezen?
Voor plastic monomeren, zoals BPA en ftalaten, is het schadelijke effect goed onderbouwd. Ze kunnen hormoonhuishouding verstoren, vruchtbaarheid aantasten en risico geven op bepaalde kankers. Micro- en nanoplastics veroorzaken mogelijk ontstekingen, celschade of verstoring van celprocessen, maar onderzoek hiernaar loopt nog. Wel is duidelijk dat deze stoffen zich in het lichaam kunnen ophopen en interactie aangaan met biologische systemen.
Hoe gaat Zwartz om met microplastics?
Zwartz produceert sinds 1835 technisch textiel op basis van natuurlijke vezels zoals jute, linnen en hennep. Deze materialen zijn volledig biologisch afbreekbaar en laten geen schadelijke microplastics of chemische resten achter. Zo bieden wij onder andere natuurlijk geotextiel aan voor erosiebescherming en bodembedekking, dat zich onderscheidt van synthetische alternatieven doordat het volledig en veilig in de bodem afbreekt. Daarmee leveren we een concreet en betrouwbaar alternatief voor sectoren die zoeken naar technisch textiel zonder milieubelasting.
Download de whitepaper over microplastics hier
